Zone Dilbeek

Kom en Zie

De eerste communietocht… Op zaterdag 11 september 2021 hebben we de eerste communicantjes en hun ouders uitgenodigd voor een tocht in onze kerk.

Het is een symbolische tocht die de communicant in gezinsverband aflegt.
In het kerkgebouw zetten we zeven ‘haltes ‘op, steeds voorzien van een banner met nummer en het benodigde materiaal voor een opdracht. De kinderen kregen een mooi kartonnen mapje waar ze per halte iets aan toevoegden: een woord of een sticker… De ouders kregen een begeleidend boekje om aan de kinderen de opdracht uit te leggen en het samen met hen uit te voeren.

Elke opdracht zorgde voor een gesprek tussen ouder en kind en vaak mochten beiden een getuigenis brengen van wat hen geraakt had of opgevallen was. De volgorde van de haltes waren: gedoopt, verhaal, woorden, aan tafel, dankbaar, groeien in geloof en bidden. Wie regelmatig aan de eucharistie deelneemt, herkent waarschijnlijk de link met vieringen. Bij het betreden van de kerk maken we (in niet-coronatijden) een kruisteken met gewijd water, herinnering aan ons doopsel. In elke viering luisteren we naar verhalen uit de Bijbel. Het altaar vooraan verwijst naar de tafel van het Laatste Avondmaal. Verder danken we voor al het goede dat we mochten ontvangen. En steeds bidden we het gebed dat Jezus ons geleerd heeft: het Onze Vader. Het was dan ook passend dat dit het afsluitende gebed van deze tocht was.

De hele tocht duurde niet langer dan 35 min. Perfect voor jonge kinderen en haalbaar voor ouders om even ’tijd’ te maken.
De deelnemers waren enthousiast en we zijn zeker van plan om deze tocht in de toekomst nog eens aan te bieden.
Sarah, Claire en Marleen

              

 

 

Dat was de boodschap bij de uitnodiging voor de kinderen tussen 7 en 10 jaar oud. De eerste communicantjes van dit jaar en ook enkele van de voorbije jaren gingen op de uitnodiging in en stonden klaar op zaterdag 15 februari . Als catechisten hadden we vier onderwerpen voorbereid. We openden vier deuren…
De eerste deur was die van de preekstoel. Voor de kinderen en hun ouders vaak een onbekend ‘meubel’ in de kerk. Vroeger werden de eucharistievieringen echter volledig in het Latijn gevierd, behalve één moment: de preek. Dan beklom de pastoor de preekstoel . Een beetje zoals Jezus op een heuvel of een berg ging staan om de mensen toe te spreken. Boven de preekstoel is er een soort ‘afdak’ dat ervoor zorgt dat de stem van de spreker weerkaatst en overal goed verstaanbaar is. Een soort geluidsinstallatie dus. De kinderen mochten ook even proberen hoe dat werkte. In het houtwerk aan de buitenzijde van de preekstoel vinden we 3 figuren terug. Centraal staat een Jezusfiguur afgebeeld, want het is Zijn woord dat we beluisteren in het evangelie. Daarnaast staat Sint- Ambrosius, de patroonheilige van onze kerk en aan de andere zijde staat de evangelist Lucas met een boek en schrijfveer in de hand en de stierekop aan zijn voeten. Het evangelie van Lucas wordt ook wel het evangelie van de liefde genoemd. De liefde voor God en de liefde voor de armen.
Ook de communiebank vooraan heeft een deur. Alleen tijdens de eucharistie staat deze open. We vertelden hoe we vroeger de communie op de tong ontvingen en daarbij knielden op de bank maar onze aandacht ging vooral uit waarnaar de communiebank verwijst.
Ze vormt een scheiding tussen het schip van de kerk en het hoogaltaar. Op de afbeeldingen van de communiebank vinden we verwijzingen naar het Oude Testament en achter het hoogaltaar vieren we de eucharistie volgens het Nieuwe Testament. We zien onder meer de afbeelding van de ark van het Verbond met de twee stenen tafelen waarin de Tien Geboden gebeiteld waren. Op het deksel van de ark zaten twee engelen. Hun vleugels raakten elkaar bijna, maar het was net in die ruimte tussen hun vleugels dat het Joodse volk de aanwezigheid van Jahweh zag. Verder zien we een paaslam op een boek. Het is het boek waarin de fouten en zonden van iedere jood stond opgetekend en dat volgens de Apocalyps verzegeld was met zeven sloten. Na het openen van het zevende slot en voordat het boek geopend zou worden, werd het stil in de hemel, een half uur lang… Jezus gaf, zoals een lam, zijn leven om de zonden van de mensen uit te wissen. Er is ook een afbeelding van de menora of zevenarmige kandelaar. Die verwijst naar het brandend braambos waarin Jahweh aan Mozes verscheen. Dat vonden de kinderen het indrukwekkenste verhaal.
Eenmaal door de deur van de communiebank en één trapje hoger, staat het altaar en de ambo. Hier is de plaats van de priester en de misdienaar, lector en voorzanger. En nog heel wat trapjes hoger bevindt zich het tabernakel waar de gezegende hosties, de Heer zelf, in aanwezig is.

De volgende deur was die van de Maranathakapel. Groot was de verwondering op de gezichtjes. Hier waren ze nog nooit geweest. Ze mochten spelenderwijs kaartjes uitzoeken en op een prikbord hangen van wat ze hier zagen. En dat was het uitgangspunt om te zien wat er ook in de ‘grote’ kerk aanwezig was. Een altaar met de boeken voor de eucharistie. Eén van die boeken staat vol met een bijbelverhalen. De kaarsen die naar het licht van Jezus verwijzen en het tabernakel. Veel kleiner dan in de kerk, maar ook afgesloten om een schat te kunnen bewaren. Zo ontdekten de kinderen dat dit eigenlijk een kerkje in onze kerk is.
En de laatste deur die we openden is die van de biechtstoel. Weer iets onbekend voor onze kinderen. De priester zit in het midden, achter de deur, achter een gordijntje. Ze ontdekten dat de biechtstoel wel erg donker was. Dat was ook zo bedoeld. Je hoefde niet te zien wie er zat, je hoefde in de biechtstoel alleen maar te luisteren of te spreken. De priester sprak in de naam van Jezus. Jezus die de mensen graag ziet en die steeds opnieuw kansen geeft aan de mensen. Zeker als je spijt hebt over iets wat je fout deed. Jezus die sprak over de liefde. De liefde van God, Zijn Vader. Een liefde die ons draagt en koestert.

En terwijl we de deuren openden en de kinderen vragen konden stellen of rondkeken op plaatsen waar ze nooit geweest waren , kwam steeds weer de reden terug waarom we een kerk hebben: we komen er samen om te bidden. Soms alleen en in stilte. Dan steken we een kaarsje aan, of sluiten onze ogen om te spreken en luisteren met God. Dat kan ook in de kapel, ongestoord en in alle rust. Soms met enkele mensen zoals tijdens een eucharistie in de kapel tijdens de week of op een zondag als er vele mensen samenkomen om naar het woord uit de bijbel te luisteren en een mis te vieren zoals Jezus ons geleerd heeft.
Afsluiten deden we met een kort maar mooi liedje: Is je deur nog op slot? Doe hem open voor God. Want de Heer wil bij je wonen en dan ben je nooit alleen!
Die laatste zin van het liedje vat prima samen waarom we ons geloof zo graag met de kinderen delen.

               

 

SINT JOZEF JAAR

Honderdvijftig jaar nadat Sint-Jozef werd uitgeroepen tot patroonheilige van de universele Kerk, heeft paus Franciscus een Jozefjaar afgekondigd. Dat is dit jaar!
Aan de hand van de apostolische brief Patris Corde (‘Met een vaderhart’) leren we Sint-Jozef beter kennen.
Elke maand staan we stil bij één hoofdstukje van die brief. Bij het beeld van Sint-Jozef in de Sint-Ambrosiuskerk en de Sint-Martinuskerk ligt er een nieuw attribuut en een tekst.

In de maand oktober hoort er ook een opdracht bij voor jou!

Ga langs bij het Sint-Jozefbeeld in de Sint-Ambrosiuskerk te Dilbeek en neem een vlagje mee naar huis. Dit vlagje doet er ons aan denken dat Sint-Jozef patroon is van de Katholieke Kerk met gelovigen over de hele wereld.
Ga daarna zelf aan de slag met 2 opdrachten. Je mag natuurlijk hulp vragen thuis.
1. Het Onze Vader, het gebed dat Jezus ons leerde bidden, wordt door mensen over de hele wereld in verschillende talen gebeden.
Misschien spreken jullie wel verschillende talen in jullie gezin of familie … misschien heb jij wel een klasgenoot die thuis een andere taal spreekt dan op school …
Zoek het Onze Vader op in een andere taal dan het Nederlands. Probeer het gebed eens te bidden in die vreemde taal.

2. Maak een papieren wereldbol:
Wat heb je nodig: Kranten, groen en blauw papier, knutsellijm.

Wat moet je doen: Maak een prop van krantenpapier. Scheur een krant in stukken en plak die op de prop, totdat hij rond en glad is. Scheur kleine stukjes van het groene en blauwe papier, en plak ze op de bal, zodat het op een wereldbol gaat lijken.
Plaats daarna je vlagje op de wereldbol.
Je mag ook een vlagje maken van het land waar het Onze Vader in een andere taal wordt gebeden. Ook dat vlagje kan je op de wereldbol plaatsen.

Stuur een foto van jezelf met het resultaat van je opdracht naar catechesedilbeek@hotmail.com!

 

Het eerste foto’s zijn al binnengekomen klik hier